Frans's profileFransnieuwsPhotosBlogLists Tools Help

Fransnieuws

Nieuws van Frans uit Frankrijk

Frans

Occupation
June 09

ZWEET



ZWEET


Mits op de juiste temperatuur geschonken, biedt deze wijn U een alle zintuigen prikkelende ervaring. De robijn rode kleur is een feest voor het oog.
Een rijk palet aan geur en smaak weerspiegelt het landschap, waar de druiven voor deze wijn opgroeiden en door ons met alle zorg omringd werden en gevormd tot het product dat U nu in handen heeft.
Reeds bij het openen van de fles zult U de geur gewaar worden van vers fruit, zwarte bessen, aardbeien en kersen. Deze gewaarwording verdiept zich en wordt tot een welhaast orgastisch genoegen, als U de eerste slok neemt, en de reeds waargenomen geuren zich met de smaak vermengen, en daar nog een nauwelijks merkbare ervaring van vers gemaaid gras en een vleugje potlood slijpsel aan wordt toegevoegd.(*)
Dit kun je allemaal lezen als je een fles wijn in een Franse supermarkt haalt. En dat allemaal voor één euro achtenzestig.
Ja, de Fransen kunnen het mooi vertellen; vooral als het om geuren en smaken gaat.
Mensen, die regelmatig in Frankrijk komen zullen het allemaal wel eens meegemaakt hebben. Je bestelt het dagmenu, en daar blijkt nou uitgerekend díe dag pens op het menu te staan, of hersenen, of ander ingewanden.
Zelf heb ik wel eens per ongeluk darm besteld. Hoewel het heerlijk rook, smaakte het zoals je zou verwachten dat darm zou smaken, met vulling en al!
Meestal probeer ik er toch echt wel iets van te eten en de rest weg te moffelen in een servetje of onder een blaadje sla of zo, maar in dit geval wist ik al bij de eerste hap, dat dit toch ook echt de laatste zou zijn.
Het bord was zo rijkelijk gevuld, dat in dit geval van wegmoffelen al helemaal geen sprake kon zijn.
Wij Nederlanders moeten daar allemaal nogal eens aan wennen. Geuren, die Fransen met welbehagen opsnuiven, zoals die van sommige kaassoorten, willen wij liever verre van ons houden.
Misschien een beetje rare overgang, hoewel de vergelijking met de geur van sommige Franse kaas soorten toch ook weer zo gek niet is.
Fransen ruiken nog al eens naar zweet, en daar schijnt men over het algemeen niet veel moeite mee te hebben. Sterker nog: in een standaard werkje, dat ik laatst las, en waar het een en ander uit de doeken wordt gedaan over de Franse gebruiken en volksaard, werd vermeld dat de Fransen zweetlucht over het algemeen als erotisch prikkelend ervaren! Om het in moderne reclame bewoordingen te zeggen: ‘Een Erotische Geur beleving’.
Nou zou je toch denken dat je met een kapmes diep de oerwouden in moet trekken om nog een stam met een dergelijk afwijkend gedrag te ontdekken, en dan blijken ze zo maar vlak om de hoek te wonen!

Ik doe natuurlijk erg mijn best, maar als ik 's morgens om half negen bij een banketbakker, die het heerlijkste gebak verkoopt al een bedwelmende zweetlucht ruik, is dat voor mij toch nog wel een beetje te vroeg om dat als een ‘Erotische Geurbeleving’ te ervaren. Maar ik blijf natuurlijk mijn best doen en aan mijn integratie werken!

(*) Vrij vertaald F.B.

February 14

AMBTELIJKE MOLENS

AMBTELIJKE MOLENS........

 

Omdat mijn oude auto zo langzamerhand op zijn laatste benen liep, en ik in de gelegenheid was een autootje, dat nog maar weinig kilometers gedraaid had, over te nemen, besloot ik deze auto naar Frankrijk te exporteren. Omdat ik geen officieel woonadres meer in Nederland heb, kon ik de auto daar niet op mijn naam laten zetten. Dat zou in Frankrijk moeten gebeuren.
Nou zijn er heel veel sites op internet te vinden, waarop mensen vertellen hoe je een en ander zou moeten regelen, maar gek genoeg vertellen die allemaal iets anders, en dat maakt de verwarring alleen maar groter.
Voor alle zekerheid ben ik eerst maar eens voor informatie naar de Prefecture gegaan. Uiteindelijk is dat de instelling die mijn Franse kenteken zou verstrekken.
Daar kreeg ik een formulier mee om in te vullen en werd me aangeraden om contact op te nemen met het D.R.I.R.E.(een soort Rijksdienst voor het wegverkeer)
Deze instelling zou me heel wat werk uit handen nemen en de nodige paperassen voor me kunnen verzorgen. Ook hier kreeg ik een formulier mee om in te vullen
Opgelucht en in de overtuiging dat ik bij terugkeer in Frankrijk gauw klaar zou zijn, ging ik voor de laatste keer met mijn oude auto naar Nederland.
Om te weten te komen hoe ik de auto daar uit moest voeren nam ik telefonisch contact op met de afdeling inlichtingen van de R.D.W. Na twintig minuten naar een muziekje geluisterd te hebben dat ik helemaal niet wilde horen was ik al aan de beurt.
De informatie die ik kreeg was het wachten dubbel en dwars waard. Het was allemaal kinderlijk eenvoudig. Ik hoefde maar naar een keuringsstation van de R.D.W. te gaan en daar zou ik een tijdelijk kenteken krijgen dat 14 dagen geldig was en waarmee ik naar Frankrijk kon rijden. Wel werd me nog op het hart gedrukt dat ik de auto voor die 14 dagen moest verzekeren. Waar ik dat zou kunnen doen wist men niet.
Na drie verzekeringsmaatschappijen, de Douane telefoon en nogmaals de R.D.W. te hebben gebeld vond ik uiteindelijk een maatschappij die me voor 14 dagen wilde verzekeren. Als ik in het bezit was van mijn voorlopig kenteken hoefde ik alleen maar even langs te komen en dan was alles zo geregeld.
Toen ik om tien uur ’s morgens bij de R.D.W. binnen kwam werd ik tot mijn verrassing bijna meteen geholpen. Althans ik moest een formulier invullen en mij werd gevraagd of ik de kentekenplaten bij me had. Toen ik dat bevestigend beantwoordde en vertelde dat die uiteraard op de auto zaten bleek dat toch niet helemaal de bedoeling te zijn. Die had ik er af moeten halen! Ik kreeg een nijptang, een waterpomptang en een schroevendraaier mee. Buiten gekomen was het intussen flink gaan regenen en het meegegeven gereedschap bleek niet echt geschikt te zijn voor het verwijderen van de talloze schroefjes waarmee de kentekenplaten aan de auto verbonden waren.Bovendien bevonden die zich op een dusdanig haast onbereikbare plaats dat ik het gevoel had dat ik de hele carosserie moest verwijderen om er bij te kunnen Toen ik, inmiddels doornat en na een hoop geëtter eindelijk één schroefje los had kwam er een mijnheer naar buiten. Hij had al een tijdje voor het raam staan kijken en kon het kennelijk niet meer aan zien. Hij vertelde me, dat de kentekenplaten met klemmetjes bevestigt waren, die je er met een schroevendraaier zo uit kon wippen. Handig hoor!
Binnen gekomen, zag ik dat er inmiddels iemand geholpen werd die de kentekenplaten van vijf auto’s bij zich had. Voor alle zekerheid trok ik maar weer een nieuw nummertje en begon mijn formulier in te vullen.
Omdat ik drijfnat was en mijn handen onder de modder en smeer van de auto zaten verliep dit niet helemaal vlekkeloos. Maar uiteindelijk is het toch gelukt en was het wachten tot ik weer aan de beurt was.
Toen de man met de meerdere kentekenplaten geholpen was, bleken er nog een paar mensen vóór me te zijn. Toen het eindelijk mijn beurt was verdween de betreffende beambte in een naastgelegen kantoor. Door een glazen wand zag ik hem nog even met een paar collega’s praten, maar daarna verdween hij door een deur.
Vol vertrouwen dat het nummertjesapparaat wel aan zou geven dat er nog iemand zat te wachten, nam ik maar een kop koffie uit de automaat om de tijd te doden.Zo langzamerhand was het aardig druk geworden. Het bleken taxichauffeurs te zijn die voor de keuring van hun auto’s kwamen. Ze werden om beurten in een ander kantoor binnen gelaten waarvan de deur telkens op slot ging.
Mijn geduld werd zo langzamerhand wel erg op de proef gesteld. Het was inmiddels kwart over twaalf, dus toen er weer een taxichauffeur het kantoor binnen gelaten werd, glipte ik met hem mee en vertelde de juffrouw die daar achter de balie zat, dat ik al vanaf tien uur zat te wachten. "Ja mijnheer ",zei ze "het is nu lunchtijd en ambtenaren zijn nèt mensen dus die moeten ook af en toe eten. Bovendien hebben deze chauffeurs een afspraak voor een keuring, dus hebben ze voorrang." Je hoort wel eens verhalen van mensen die in één keer een ambtenaar over de balie trekken. Soms heb ik er wel eens spijt van dat ik zo netjes ben opgevoed. Dat soort ideeën komen bij mij alleen op als ik de nacht er na nog een tijdje wakker lig.
Na nog een kwartier gewacht te hebben, kwam de betreffende ambtenaar weer terug. Op het nippertje kon ik voorkomen dat iemand anders me vóór ging.
Na het formulier en de kentekenplaten ingeleverd te hebben, kreeg ik een voorlopig kentekenbewijs.
Volgens de man hoefde ik alleen nog maar even naar het dichtstbijzijnde Grenswisselkantoor. Daar zou ik mijn tijdelijke kentekenplaten krijgen en daar kon ik ook meteen de auto voor 14 dagen verzekeren ! (achteraf bleek ik verzekerd te zijn bij Centraal Beheer. Laat dat nou nèt de maatschappij zijn die ik als eerste had gebeld en die me verteld hadden dat ze me niet konden helpen).
Mijn tijdelijk kenteken schreef hij met een viltstift op twee stukken plastic. O, ja, zei hij nog: "die moet U vooral niet op de auto plakken, want het regent en ik heb geen watervaste viltstift en dan spoelt het er zo weer af "Wat ik er dan mee moest", vroeg ik."O, leg ze maar ergens achter de ramen" zei hij.
Een beetje ongemakkelijk reed ik zonder kentekenplaten en naar mijn gevoel op dat moment onverzekerd, naar het Amsterdamse station Sloterdijk waar het dichtstbijzijnde Grenswisselkantoor was.Volgens mij kon het daar nooit druk zijn want wie ging er nu na de invoering van de euro nog naar een Grenswisselkantoor. Tot mijn verbazing bleken er echter lange rijen te staan. Het was inmiddels lunchtijd en vooral veel allochtonen bleken van de gelegenheid gebruik te maken om geld naar het thuisland over te maken. Aangezien dit met contant geld gebeurde, dat uitgeteld moest worden, nam een en ander nogal wat tijd in beslag.
Toen ik eindelijk aan de beurt was, bleek dat ik al die tijd in de verkeerde rij had gestaan. Omdat inderdaad nergens vermeld stond waar ik in mijn geval aan had moeten sluiten, mocht ik omwisselen met iemand die vóóraan in de goede rij stond.
Er was nog wat onduidelijkheid over de juistheid van het nummer van het tijdelijk kenteken. De verstrekte stroken plastic, die ik welliswaar onder mijn jas had meegenomen, waren door de regen onleesbaar geworden, en het nummer dat op het tijdelijk kenteken stond, bleek voor tweeërlei uitleg vatbaar. Samen met de mevrouw van het loket hebben we op goed geluk maar gekozen voor, wat we beiden dachten, het meest voor de hand liggende nummer was.
"U moet ze er wel zelf even op plakken hoor", zei de mevrouw, "want daar hebben we hier geen gelegenheid voor".
Na even naar achteren gegaan te zijn, kwam ze terug met twee witte metalen plaatjes en een hand vol losse plaknummers en letters.
Omdat het in het station nogal druk was, en er voorzover ik het kon overzien geen geschikt handenarbeid hoekje voorhanden was, heb ik het hele zaakje maar mee naar de auto genomen om een en ander daar in elkaar te knutselen.
Ik weet niet of jullie wel eens geprobeert hebben plakletters, waarvan aan de zijkant geen strookje is vrij gelaten, van de ondergrond los te maken. Zonder lange nagels of een dun mesje is dat vrijwel onmogelijk Aangezien ik beide werktuigen op dat moment niet in mijn bezit had, en het om 16 losse letters en nummers ging, die op een nette manier op de metalen plaatjes bevestigd dienden te worden, was het een welhaast onmogelijke opgave. Zeker in aanmerking genomen dat het donker weer was, de regen onafgebroken op de auto kletterde, de ruiten besloegen en de uiteindelijk losgekomen plakletters een dusdanige kleefkracht hadden dat ze overal aan vastplakten voordat ik ze op het plaatje kon plakken. Sommige letters kwamen ongewild in aanraking met de bekleding van de stoelen, waar ik ze met veel moeite weer los kon krijgen. In die gevallen bleken zich weer haartjes op de kleeflaag te hebben vast gezet, waardoor de kleefkracht aanmerkelijk verminderde en het moeilijk werd ze goed vast te plakken.
Toen ik met veel moeite bijna klaar was, bleek dat er één letter ontbrak. Door de stromende regen weer bij het station aangekomen, bleken de rijen inmiddels nog langer geworden. Gelukkig was een mijnheer die vooraan stond bereid mij even voor te laten gaan en kon ik de laatste letter aanbrengen.
Nu moesten de kentekenplaten nog op de auto aangebracht worden. De klemmetjes die ik daarvoor moest gebruiken waren kennelijk niet geschikt om meerdere malen te gebruiken.
Twee ervan braken af en met behulp van een paar luciferhoutjes heb ik een noodvoorziening aangebracht in de hoop dat een en ander zou blijven zitten.
Eindelijk was ik klaar om naar Frankrijk te rijden. Over mijn belevenissen daar vertel ik jullie graag de volgende keer.
 
 
 

AMBTELIJKE MOLENS 2

 

 

Vol goede moed reed ik op een mooie zondag naar Frankrijk. De volgende dag nog even in Epinal naar de D.R.I.R.E. Die zouden de homologatieverklaring (een officieel papier met de technische gegevens van de auto) voor me aanvragen en dan zou alles binnen de kortste keren geregeld zijn.
Toen ik de volgende morgen met de door mij ingevulde formulieren bij de D.R.I.R.E. binnen stapte trof ik helaas niet de vriendelijke mevrouw die me de vorige keer geholpen had.
De vrouw die mij nu te woord stond griste mij de benodigde papieren uit handen, bekeek de gegevens van de auto, die ik had ingevuld en begon met een rood potlood overal doorheen te krassen."Waar ik die gegevens vandaan had" vroeg ze. Toen ik vertelde dat ik ze had overgenomen uit het boekje dat bij de auto hoorde bleek dat toch niet de juiste manier te zijn want volgens haar klopte er niets van. Ik had gewoon in de auto moeten kijken en daar de vereiste gegevens opzoeken. Toen ik zei, dat ik niet wist waar ik dat allemaal kon vinden, keek ze me vol ongeloof aan, kraste met het rode potlood nog wat aantekeningen op de papieren en nam de door mij meegebrachte cheque van 68,13 in ontvangst.
"Normalement", zou ik er binnen een week wel meer van horen zie ze.
Toen ik het gebouwtje verliet voelde ik me zo ongeveer het stoutste en domste jongetje van de klas......
Een tijd van wachten brak aan. Ik had nog maar twaalf dagen waarbinnen alles geregeld moest zijn, want dan was het voorlopige kenteken niet meer geldig en de auto niet meer verzekerd.
Toen ik na een week nog steeds niets gehoord had wachtte ik elke morgen vol verwachting op de postbode.
Toen eindelijk na 12 dagen de lang verwachte brief in de bus lag was mijn opluchting maar van korte duur. De inhoud was teleurstellend. Helaas kon men mij bij de D.R.I.R.E. niet helpen aan de benodigde homologatie verklaring. Ik zou daarvoor contact op moeten nemen met de importeur van de betreffende auto in Frankrijk.
Omdat de tijd drong en ik wel eens gehoord had dat een autodealer voor zo'n verklaring zou kunnen zorgen besloot ik op zoek te gaan naar de dichtstbijzijnde Daihatsu dealer.
In Frankrijk wordt maar weinig in Japanse auto's gereden. De dichtstbijzijnde dealer bevond zich dan ook in het stadje Remiremont. Zo'n 65 km. rijden.
Toen ik daar om half twee s'middags aankwam bleek de garage en de werkplaats nog gesloten te zijn.
Nou hebben ze in de regel in Frankrijk vrij lange middagpauzes dus besloot ik een wandelingetje door het stadje te maken en om twee uur terug te komen.
Helaas om twee uur was er nog niemand aanwezig en toen ik na nog eens een half uur door de natte sneeuw te hebben gewandeld terug kwam besloot ik maar eens goed door de ramen naar binnen te turen. Tot mijn verbazing zag ik in het half donker een mevrouw achter een bureau zitten. Toen ik binnen kwam bekeek ze me nogal argwanend. Achteraf bedacht ik dat ze me waarschijnlijk al twee keer eerder voorbij had zien komen en het zaakje niet helemaal vertrouwde.
"Nee", ze kon me niet helpen. Ze kon me wel het adres van de importeur geven. Maar ja, dat had ik inmiddels al.
Het enige wat ik nu nog kon doen was naar de D.R.I.R.E. in Epinal te rijden om te vragen wat het probleem nou eigenlijk precies was. Misschien berustte alles wel op een misverstand.
Gelukkig trof ik daar de aardige mevrouw die me al eerder geholpen had.
Ze wist meteen waarover het ging want ze had de brief zelf geschreven. Ze had de gegevens in de computer ingevoerd en die had "Non"gezegd. Helaas, niets aan te doen, dus ik zou toch echt de benodigde papieren zelf bij de importeur moeten aanvragen.
Omdat ik toch in Epinal was ging ik nog maar even bij de Prefecture langs om te vragen wat ik nu moest doen. Over een paar dagen mocht ik immers niet meer met de auto rijden en misschien konden ze daar wel een verlenging van het voorlopig kenteken regelen.
De mijnheer achter de balie vond het maar raar, dat alles zo gelopen was. Hij leefde erg met me mee, maar een verlenging kon hij niet geven. Ter geruststelling zei hij nog wel: "U zult zien, als U straks eenmaal alle papieren hebt is het zo geregeld".
Thuis gekomen meteen maar even de importeur gebeld. Binnen een week zou ik iets horen werd me beloofd. Tot mijn verrassing lag er al na drie dagen een brief van de importeur in de bus. Als ik een cheque opstuurde t.w.v. 180 euro dan zouden ze me de technische gegevens van de auto verstrekken.
Gelukkig heb ik de auto nog kunnen verzekeren en heb ik het er maar op gewaagd met het ongeldige kenteken te blijven rijden.
Na een week ontving ik de homologatieverklaring en na nog een bezoekje aan de belastingdienst te hebben gebracht om te controleren of er wel B.T.W. op de auto was betaald werd bij de Prefecture alles snel geregeld.
Eindelijk was ik in het bezit van een Frans kenteken !
 
 
Het voorgaande speelde zich allemaal af in de afgelopen maand december.
Onlangs las ik, dat per 1 januari van dit jaar de homologatieverklaring niet meer nodig is. Bovendien is er nu een telefoonnummer in Nederland beschikbaar. In geval van misverstanden met de Franse autoriteiten kun je dat nummer bellen en wordt alles voor je geregeld.
 
 
 
 
 
 
December 14

OUDE MENSEN

                                                      OUDE MENSEN

 

 

 

Het valt me telkens weer op dat mensen hier in het dorp zo veel wandelen. Vaak spreken ze met elkaar af en maken ’s middags lange wandelingen. Wat vooral opvalt is, dat ze dat tot op hoge leeftijd blijven doen. Op een leeftijd waar mensen in Nederland al lang achter de geraniums zitten, kom je ze hier vaak nog kilometers van hun huis verwijderd in het veld of in de bossen tegen.

Neem nou bijvoorbeeld Madame Duval, een buurvrouw bij ons in de straat. Inmiddels is ze overleden, maar toen ze al ver in de negentig was, maakte ze nog elke dag haar wandeling. Op het laatst kon ze niet zo goed meer zien, en kon ze met behulp van haar stok alleen nog maar voetje voor voetje lopen. Maar elke dag verliet ze haar huis voor haar dagelijkse wandeling.

Hoewel het door haar beperkte gezichtsvermogen niet altijd makkelijk moet zijn geweest, en ze wel eens buiten de lijntjes ging, ging ze nooit de deur uit zonder zich eerst op te maken.

Toen ze op een dag weer eens voetje voor voetje ons huis passeerde en ik haar complimenteerde met haar doorzettingsvermogen, vertelde ze, dat ze als het hard waaide ze toch maar niet meer naar buiten ging, omdat ze bang was dat ze dan om zou waaien.

En dan Madame Legrand. Volgend jaar wordt ze honderd. Ze woont aan het begin van de straat en haar huis staat boven op een heuvel. Je kunt er alleen komen via een lange stenen trap. Dagelijks daalt ze verschillende keren met haar stok de trap af om beneden het benodigde brandhout voor haar kachel op te halen.

Van de zomer trof ik haar aan op de schuine helling naast haar huis. Met één hand leunend op haar stok en met in de andere een boomzaag, was ze bezig een dikke tak van een boom af te zagen. Toen ik een praatje met haar maakte, vertelde ze dat ze praktisch doof was en ook bijna niets meer kon zien. Ze zag alleen nog maar een beetje de omtrekken van de dingen.

“Hoe ze dan nog steeds in haar tuin kon werken vroeg ik.” “Ja”, zei ze. “Ik kan de bloemen

 

en planten dan wel niet meer zien, maar ik wil ze toch wel graag verzorgen”.

Aangemoedigd door deze dappere mensen, en natuurlijk vooral door het feit dat ze zo’n hoge leeftijd hebben bereikt, heb ik besloten om dagelijks ook maar eens een flink eind te gaan lopen.

Toen ik van de week na een lange wandeling langs het kanaal weer bij het dorp terug kwam, hoorde ik op de steile helling achter een van de huizen wat geritsel in de struiken. Toen ik wat beter keek, zag ik dat daar een oude man lag die verwoede pogingen deed om tegen de helling omhoog te klimmen. Kennelijk was hij gevallen en probeerde hij uit alle macht weer overeind te komen. Met zijn hand hield hij een stuk touw vast dat boven aan een hek bevestigd was. en met zijn benen probeerde hij tevergeefs houvast te vinden op de steile helling. Hoewel hij mijn vraag of het wel ging, bevestigend beantwoordde, zag ik al gauw dat het hem alleen nooit zou lukken. Na een paar mislukte pogingen, waarbij ik telkens weer op de gladde helling uitgleed, kon ik eindelijk bij hem in de buurt komen.

Met veel moeite kon ik zijn rechterbeen omhoog brengen, zodat hij houvast kreeg achter een boomstronkje en zichzelf een paar centimeter omhoog kon duwen.

Toen ik dat ook met zijn linker been probeerde, vond ik dat hij maar weinig meewerkte, en ik probeerde daarom zijn knie te buigen, zodat ik ook zijn andere voet achter een tak zou kunnen zetten.

Gelukkig had ik zelf inmiddels wat houvast gevonden in de vorm van een vermolmd paaltje, waardoor ik wat meer kracht kon zetten. Door met mijn vrije hand tegen zijn schoen te duwen, konden we met veel moeite weer een halve meter winst maken, die al snel weer teniet werd gedaan, omdat het paaltje waar ik me aan vast hield met een droge tik afknapte. Zelf gleed ik weer een meter naar beneden. De man bleef gelukkig hangen, omdat hij zijn rechtervoet achter een boomstronk had. Bovendien hield hij met één hand nog steeds het touw omklemd. Omdat ik zag dat het bloed inmiddels uit zijn ontvelde hand stroomde, begreep ik wel dat er gauw iets moest gebeuren. Er was niemand in de buurt, en ik kon hem niet in de steek laten om hulp te halen, dus ik moest het echt zelf proberen op te lossen.

Toen ik met veel moeite weer op gelijke hoogte met de voeten van de man was, besloot ik mijn knieën telkens iets hoger stevig in de grond te duwen. Op die manier kon hij mijn knieën als opstapje gebruiken en daardoor telkens iets hoger komen.

Hoe lang het alles bij elkaar geduurd heeft weet ik niet, maar het leek wel uren.

Toen we allebei uitgeput en nog nahijgend eindelijk boven stonden, vertelde hij dat hij de braamstruiken op de helling weg had willen knippen en daarbij gevallen was. Omdat na een ernstig ongeluk zijn linker been was vast gezet, zodat hij het niet meer buigen kon, was het moeilijk om daarna nog overeind te komen. Nu begreep ik ook waarom het me maar niet wilde lukken zijn knie te buigen, en was ik achteraf wel blij dat ik niet nóg meer mijn best gedaan had om dat voor elkaar te krijgen. Bovendien was hij praktisch blind, zodat hij niet kon zien waar hij zich vast moest pakken. Toen ik vroeg hoe oud hij eigenlijk was, bleek hij de negentig al gepasseerd te zijn Op mijn vraag of het wel verstandig was om dan nog op zo’n steile helling te gaan werken, antwoordde hij dat die dingen nu eenmaal moesten gebeuren.

Of ik nog even binnen wilde komen, want hij wilde me wel graag bedanken. Hij was namelijk mandenmaker geweest en dan kon hij me als dank een mand geven. Nou, dat kwam wel heel goed uit, want de mand waarin ik altijd het hout voor de kachel haalde, had het net begeven, en ik was hard aan een nieuwe toe. We kwamen door een schuur waar de prachtigste manden stonden opgestapeld. Maar daar moesten we niet zijn, volgens hem, want binnen had hij echt iets bijzonders. In de huiskamer aangekomen, maakte hij een dressoir open waaruit hij een piepklein mandje te voorschijn toverde, nét geschikt om er een paar paaseitjes in te doen.

Natuurlijk heb ik het geschenk onder veel dankbetuigingen aanvaard. In ieder geval is het een mooie herinnering aan een geslaagde reddingsactie.

 

October 20

KUNST EN CULTUUR

 
 

KUNST EN CULTUUR

 

Buren van ons zijn weer naar Nederland vertrokken. Nou hadden ze daar allerlei goede redenen voor, maar één daarvan was, dat er hier te weinig kunst en cultuur zou zijn. Voor alle zekerheid heb ik even in de Van Dale opgezocht wat cultuur eigenlijk is en daar staat: cultuur is het geheel van geestelijke verworvenheden v.e. land, volk enz. Nou,dat kun je dus in elke dorpskroeg vinden.

Kunst, dat hoefde ik niet op te zoeken. Dat is volgens mij een ingewikkelde manier om een ander door middel van een afbeelding te laten zien hoe de werkelijkheid ongeveer in elkaar zit.

Nou moet ik zeggen dat er best mensen zijn, die dat heel knap kunnen en de werkelijkheid aardig benaderen, maar het blijft natuurlijk surrogaat en daar hoef je volgens mij niet voor te verhuizen. Bovendien heb ik juist hele goede ervaringen met kunst in deze omgeving.

Neem nou bijvoorbeeld Épinal, één van de wat grotere steden hier in de buurt.

Als je de stad binnen rijdt, zie je al op talloze affiches dat je in de Cité de l’Image bent aangekomen. Ook de stadsbussen dragen dat opschrift. Sinds 1796 schijnen hier al prenten te worden gedrukt. Voornamelijk "volksprenten" die indertijd de interieurs van vele huizen hebben gesierd. Nieuwsgierig geworden, besloten we een keer het museum te gaan bezoeken wat hieraan is gewijd. We waren er al verschillende keren langs gereden en het zag er indrukwekkend uit. Een groot glazen gebouw op een ruim plein. Onze verwachtingen waren hoog gespannen.

Bij de deur aangekomen, lazen we op een bordje dat we de toegangskaartjes moesten halen in een huisje op het plein. Inderdaad stond er een schattig klein huisje midden op het plein.

Een vriendelijke meisje, in een keurig mantelpakje, verkocht ons daar de toegangskaartjes.

Het was niet goedkoop, maar voor kunst moet je iets over hebben.

In de hal van het museum zaten achter een enorme balie drie meisjes. Ook al in van die keurige mantelpakjes. Bij onze binnenkomst stonden ze als één "man"op. De middelste van de drie heette ons in rap Frans van harte welkom. Ze wees ons op de unieke collectie prenten, die we in het museum zouden vinden en op de gelukkige omstandigheid, dat er op dat moment ook nog een fototentoonstelling was. Verder wenste ze ons een prettig verblijf. Daarna gingen ze weer zitten.

In een zaaltje op de benedenverdieping was inderdaad een fototentoonstelling ingericht. Niet onaardig, maar daar waren we op dat moment natuurlijk niet echt voor gekomen.

Het ging ons meer om de prenten waar de stad Épinal onder andere zijn roem aan te danken had.

Daarvoor moesten we een trap op naar de eerste verdieping. Boven gekomen, verscheen uit het niets een man in uniform, die de deur van een zaal voor ons ontsloot. Hij deed het licht aan en verzocht ons naar binnen te gaan.

Nadat onze ogen gewend waren aan de ietwat gebrekkige verlichting, zagen we ze hangen, de prenten. We herkenden ze direct van de talloze rommelmarkten, die we in de loop der tijd hadden bezocht. Maar hier waren ze op geraffineerde wijze gecombineerd met relevante voorwerpen, waar de prent betrekking op had. Prenten, die betrekking hadden op de school, werden getoond naast een schoolbankje, waarop een inktpot en een schoolschrift.

Hadden de betreffende prenten te maken met de keuken, dan hingen ze naast een fornuisje met wat pannen en pollepels. Ook deze artikelen kwamen ons bekend voor van de door ons bezochte rommelmarkten, maar een en ander was op een dusdanig smaakvolle manier in glazen vitrines ondergebracht, waardoor het ongetwijfeld aan waarde won. Waarbij vooral ook de verlichting, of liever gezegd de afwezigheid van voldoende verlichting, een sfeer opriep van vervlogen tijden. Zo zie je maar weer; bij kunst is het heel belangrijk hoe een en ander gebracht wordt.

Bij onze rondgang door de zaal was de man in uniform al die tijd voor de deur blijven staan.

We werden een beetje heen en weer geslingerd in onze gevoelens. Konden we die man daar wel zo lang laten wachten, maar aan de andere kant, als we de zaal nu al verlieten, zouden we dan niet te weinig belangstelling tonen?

We besloten nog een klein rondje door de zaal te maken, waarbij we elkaar enthousiast wezen op enkele details die ons de eerste keer waren ontgaan. Voor ons gevoel hadden we hiermee wel aan onze verplichtingen voldaan. Toen we de zaal verlieten, werd het licht achter ons uit gedaan en de deur weer af gesloten. Inmiddels hadden we wel begrepen dat hiermee ons museumbezoek was afgelopen, want de rest van het gebouw was met dikke koorden en bordjes verboden toegang afgezet. Hierachter bevonden zich waarschijnlijk de kantoren en de archiefruimtes. Nadat we nog een bezoek aan de toiletten hadden gebracht, want je wilt er tenslotte uit halen wat er in zit, liepen we weer naar de ontvangsthal. Daar aangekomen sprongen de meisjes in de keurige mantelpakjes als één "man"op. De middelste dankte ons voor ons bezoek en wenste ons een goede reis naar huis. Daarna gingen ze weer zitten.

Dit stukje totaaltheater dat speciaal voor ons werd opgevoerd, want al die tijd hebben we geen andere mensen in het museum gezien, was ons de toegangsprijs dubbel en dwars waard. Dat vind je toch echt niet in musea in New York, Parijs of Amsterdam.

August 23

HOLLANDERS

HOLLANDERS

 

 

Het blijft toch een raar volkje, die Hollanders. Vooral in deze tijd zie je ze weer als een zwerm trekvogels de grens over trekken met caravans volgeladen met aardappelen, stroopwafels, potten pindakaas en hagelslag, om in groten getale neer te strijken op een camping.

Liefst eentje waar Nederlands wordt gesproken. Want het nadeel van Fransen is, dat ze frans spreken en chauvinistisch zijn en arrogant natuurlijk!

Op zo’n camping voel je je veilig. Je kunt er je eigen taal spreken. Bekend voedsel eten en als je geluk hebt, je vertrouwde biertje drinken.

Een enkeling, die wat avontuurlijker is aangelegd, gaat wat in de omgeving rond zwerven.

Wat een rust, wat een ruimte en wat een mogelijkheden. Wat moet het heerlijk zijn om hier een eigen huis te hebben.

Als ze dan ook nog ergens een bordje zien met 'A VENDRE', is de nieuwsgierigheid al gauw gewekt. Ze betreden ongevraagd het erf, gluren door de ramen en als ze de kans zien gaan ze het huis binnen. Er staat toch immers 'Te Koop' op!

Soms komen ze plotseling een Fransman tegen die niet zo ingenomen is met dit onverwachte bezoek Als hij niet zo vriendelijk reageert, worden ze alleen maar bevestigd in hun vooroor-

deel.”Zie je wel, die Fransen zijn niet alleen chauvinistisch en arrogant, ze zijn ook nog eens heel onvriendelijk”. Nee, hier zouden ze toch voor geen goud willen wonen.

Een enkele doorzetter verwerft zich na veel onderhandelen en gedoe met de notaris een eigen huisje. De vrijheid roept en het grote avontuur kan beginnen!

Eerst moet al die oude troep eruit. Een en ander moet natuurlijk wel snel gebeuren, want ze hebben maar drie weken vakantie en dan moet het huis wel leeg zijn, want de volgende keer

moet de “Leen Bakker”of “Ikea”-keuken er al in, want zoveel vrije tijd hebben ze nou ook weer niet.

Met grote voortvarendheid wordt de sloop aangepakt. Oude schoorstenen, gootsteentjes, ogenschijnlijk onnutte muren, alles moet er uit. Ook de tuin wordt drastisch aangepakt, want hoewel ze hier gekomen zijn vanwege de mooie natuur en prachtige bossen; ze blijven natuurlijk Hollanders. Onder het motto: 'God schiep de wereld, maar wij hebben Nederland gemaakt en dat zullen we de Fransen ook eens laten zien', pakken ze alles goed en vooral snel aan, want een echte Hollander is niet bang om over één nacht ijs te gaan.

 

Johan, een kennis van ons, heeft in hetzelfde dorp als wij een huis. Achter het huis bevindt zich een heuvel en op die heuvel een terrastuin met wat bomen. Een mooie romantische tuin, met wat mooie doorkijkjes naar het lager gelegen dorp. Toen Johan het huis pas had gekocht, fantaseerde hij hoe hij met zijn kleinkinderen boomhutten zou bouwen. Het kan niet mooier, zou je denken.

Er was toch één ding dat hem zorgen baarde. Vrij dicht bij het huis stond een nu nog mooie en gezonde boom. Als hij in Nederland was, moest Johan vaak aan die boom denken. Wat zou er allemaal wel niet met zo’n boom kunnen gebeuren? Natuurlijk, elke herfst blaadjes op het dak en in de goten; dat was lastig, maar je moest er toch niet aan denken dat zo’n  boom om zou waaien en op het dak vallen.

Toen ook nog een deskundige uit het dorp verzekerde, dat de boom 'ooit' zou vallen, stond het voor Johan vast! Er zat niets anders op: de boom moest gekapt.

J.P., de bomenkapper in het dorp, werd gevraagd eens te komen kijken. Die constateerde al gauw dat er een bijkomend probleem was. Als hij de boom zou kappen, zou die waarschijnlijk op een andere boom terechtkomen, die verderop in de tuin stond. Het zou verstandiger zijn om die boom eerst te kappen.

'Als het niet anders kan, dan moet het maar', besliste Johan, en met een beetje pijn in het hart werd deze boom gekapt.

Al gauw kwamen er nieuwe onheilstijdingen uit het dorp. Als je een boom kapt, zo werd er gezegd, dan krijgen de kleinere bomen in de omgeving een enorme groeischeut. Als je nagaat dat een beetje flinke boom zo’n 1000 liter water per dag drinkt, dan kun je wel bedenken wat er gebeurt als al die voeding naar die kleinere bomen gaat, en die kunnen dan op hun beurt weer een bedreiging voor je huis vormen.

Of ik nou zei, dat hij maar het beste alle bomen in de wijde omgeving kon kappen, of een leuk huisje in de Sahara moest zoeken, niets hielp. 'De bedreiging was te groot', vond Johan.

Een tijdje terug was het een paar dagen behoorlijk warm weer. Zijn vrouw Laura zat in een klein streepje schaduw in het voortuintje en mopperde dat er bijna nergens meer een schaduwplekje te vinden was.

De afgelopen week is het noodweer geweest. Grote hoeveelheden water zijn naar beneden gekomen. Omdat ik de sleutel van hun huis heb' ben ik maar even gaan kijken of er geen schade was aangericht

Het water was van achteren naar binnen gekomen en bij de voordeur er weer uit.

Johan heb ik een mailtje gestuurd met de suggestie om wat bomen te planten, omdat ik van iemand gehoord had, dat een boom soms wel 1000 liter water per dag drinkt.

Hij kon er wel om lachen. Want humor heeft Johan wel, en dat heeft hij ook wel nodig.

Het gekke is, dat de boom waar het allemaal om begonnen is, er nog steeds staat.

Waarschijnlijk levert het kappen daarvan te veel gevaar op voor het huis!

 
Photo 1 of 1